Intro
On the Move
Pianist en componist Michiel Braam brengt in het internationale Hybrid 10tet topmusici samen uit drie verschillende muzikale werelden: het klassieke Matangi Strijkkwartet, de rock-ritmesectie met Pieter Douma en Dirk-Peter Kölsch en de improviserende koperblazers Carl-Ludwig Hübsch, Nils Wogram en Taylor Ho Bynum.
De musici brengen hun eigen muzikale taal in het ensemble, maar ze worden ook uitgenodigd om nieuwe werelden te onderzoeken. Het samengaan van verschillende muzikale persoonlijkheden staat centraal in dit project, waardoor een unieke stilistische mix ontstaat.
Michiel Braam heeft voor ieder concert een unieke compositie geschreven die betrekking heeft op het specifieke karakter van elke zaal. De composities die Michiel Braam voor het Hybrid 10tet schrijft zijn als het ware een reis, van de musici, langs de desbetreffende podia.
Improvisatie en onverwachte wendingen zijn een wezenlijk onderdeel van de muziek van Michiel Braam en spelen dus ook in dit project een belangrijke rol.
Bezetting:
Taylor Ho Bynum (kornet), Nils Wogram (trombone), Carl Ludwig Hübsch (tuba), Maria-Paula Majoor (viool), Daniel Torrico Menacho (viool), Karsten Kleijer (altviool), Arno van der Vuurst (cello), Michiel Braam (piano), Pieter Douma (basgitaar), Dirk-Peter Kölsch (drums).
Bio
On The Move
In het international Hybrid 10tet brengt Michiel Braam musici van 3 uiteenlopende muzikale werelden bijeen. Een klassiek strijkkwartet, 3 improviserende koperblazers en het rockgeoriënteerde Wurli Trio.
Voor deze groep schrijft Michiel geheel nieuwe muziek, waarbij hij gebruik maakt van de uniciteiten van alle individuele leden en zoekt naar een nieuwe, kostelijke mix van al hun eigenaardigheden.
De muziek zal de tournee representeren; van elk podium dat het 10tet aandoet componeert Michiel een portret. De tournee zal dus resulteren in een serie composities die een of meer opvallende kenmerken van elk podium verbeeldt. Dat kan in de naam zijn, zoals in “Fat Centered Gravy” voor Sju in Utrecht, de binnenhuisarchitectuur, zoals in “Tilburg Fluorescent Tubes” voor de Concertzaal Tilburg, het uitzicht voor het publiek, in “A Sound With A View” voor het Bimhuis, of het gebouw zelf, zoals in “Three Grazing Arches” voor het ”Orpheum Theatre” in Graz.
Bezetting:
Taylor Ho Bynum (kornet), Nils Wogram (trombone), Carl Ludwig Hübsch (tuba), Matangi Strijkkwartet: Maria-Paula Majoor (viool), Daniel Torrico Menacho (viool), Karsten Kleijer (altviool), Arno van der Vuurst (cello), Wurli Trio: Michiel Braam (piano), Pieter Douma (basgitaar), Dirk-Peter Kölsch (drums).
Hybrid 10tet wordt financieel ondersteund door het Fonds Podiumkunsten NL.
Reviews
Een tuba en een strijkkwartet vullen elkaar wonderwel mooi aan in Hybrid 10tet
Niets is voorspelbaar, alles klinkt oorspronkelijk en origineel in het onbestendige pianospel van Michiel Braam. Ook zijn projectideeën verrassen telkens weer. Zoals het nieuwe project Hybrid 10tet dat bestaat uit vier klassieke strijkers (Matangi Strijkkwartet), drie improviserende koperblazers en een rock-ritmesectie. Braam zit zelf achter de piano en moet het geheel bij elkaar brengen. Dat hij hierin slaagt, ligt vooral aan de idiote composities.
Natuurlijk, met improviserende musici als trombonist Nils Wogram en kornettist Taylor Ho Bynum heb je al snel een avontuurlijke band. Deze klasbakken met de energie van tien paarden injecteren elke formatie met vernuft en gedrevenheid. Braam geeft de blazers geregeld de nodige soloruimte, maar de stukken draaien voornamelijk om de symbiose van verschillende genres, instrumenten en muzikale persoonlijkheden.
En dan blijken de tuba en een strijkkwartet elkaar wonderwel mooi aan te vullen. Of klinken elektrische bas en tuba als een snurkende grizzlybeer. Maar nog interessanter zijn de compositorische kruisbestuivingen. De stukken staan bol van de contrasterende elementen. Ruwe improvisatie tussen bas, drums en tuba krijgt vervolg in licht vioolgetokkel in Rich Rabbit Research. Fraai is ook de wilde kornetsolo tijdens het opzwepende The Indonesian Refuge die de klassieke strijksectie opjut tot een oorverdovend fortissimo.
De stukken zitten fragmentarisch in elkaar. Veel stijlcitaten, van Cubaanse ritmen tot kerkelijk aandoende muziek en onvervalste blues. Genreworstelingen klinken spontaan, zelfs als ze zijn uitgeschreven. Erg knap hoe deze potpourriband al tijdens het eerste concert als een eenheid overkomt. Het klinkt helemaal niet raar als licht klassieke muziek een antwoord krijgt van een rockgroove, terwijl Braam even van tevoren vanuit een fel thema zijn virtuositeit liet horen in een volledig uit de hand lopende improvisatie. Humor vormt veelvuldig een bepalende factor.
Braam schreef elke compositie voor een ander podium dat het tentet zal aandoen in april. Zo eindigt het veel te matig bezochte concert in SJU Jazzpodium met Fat Centered Gravy. En inderdaad, het vuige ritme doet denken aan een tergend langzaam over sappige biefstuk druipende jus.
(de Volkskrant - Tim Sprangers, 6 april 2011)
Michiel Braam Hybrid 10tet: nergens thuis, overal gepast
In april tourt de Nederlandse pianist Michiel Braam langs elf podia met zijn nieuwe Hybrid 10tet . Voor elk van de locaties die de band aandoet, schreef Braam een stuk. Al deze composities samen vormen een avondvullende programma van zo goed als nooit eerder gehoorde werken dat op 8 april te horen was in De Singer, het vierde optreden van de reeks.
Michiel Braam is een pianist en componist die ondanks zijn veelzijdigheid en indrukwekkende muzikale kwaliteiten in België te weinig te horen is. Optredens van deze man zijn steevast een belevenis, of hij nu alleen op het podium zit, met zijn trio's of met zijn Bik Bent Braam of de kleinere versie: het Bentje Braam. Wanneer iemand van dat kaliber zich omringt met gerenommeerde muzikanten die bovendien nog eens uit heel uiteenlopende richtingen komen, dan is het oren spitsen geblazen. Wie dat in De Singer deed, werd van het kastje naar de muur getikt, gedribbeld en van hot naar her gesleept door een fascinerende band die met alles wegkwam.
Braam mag zijn tentet met recht en rede hybrid noemen. De combinatie van het klassieke Matangi Strijkkwartet met tubaspeler Carl-Ludwig Hübsch (Bik Bent Braam, Lester Bowie), bugel- en cornetspeler Taylor Ho Bynum, trombonist Nils Wogram en de ritmesectie met bassist Pieter Douma (Jan Akkerman, I Compani), de energieke drummer Dirk-Peter Kölsch (Underkarl) en Braam zelf zit niet meteen op een lijn, iets wat Braam in zijn composities van het eerste tot het laatste stuk wist uit te buiten.
Wanneer Braam componeert, doet hij dat écht: bij hem geen kleine stukken die vooral als vehikel moeten dienen om te improviseren, maar uitgeschreven partituren waarbij de individuele musici ingeschakeld worden op het terrein waar ze het sterkst zijn. Zo waren de partijen van het Matangi kwartet hoofdzakelijk uitgeschreven, maar zonder dat het viertal herleid werd tot een kwartet muurbloempjes. Hun bijdrages waren essentieel en stuurden de muziek meer dan eens een bepaalde richting uit. Zo trokken de kleine glissandi en de dissonanten in 'The Indonesian Refuge' de kaart van de moderne “klassieke” muziek en werd in 'Tilburg Fluorescent Tubes' het melodische materiaal verspreid over de verschillende strijkers, waardoor de kleur van de instrumenten mee de melodie bepaalde, een techniek die als Klangfarbemelodie eveneens uit de wereld van de klassieke muziek bekend is.
Taylor Ho Bynum gold als the man for all seasons. Met zijn vrijere improvisaties vol effecten en het gebruik van verschillende dempers, speelde hij vooral een klankgerichte rol en was hij in verschillende situaties inzetbaar. Zijn collega Nils Wogram mocht in het ensemblespel ook nog eens als vanouds naar de sourdines grijpen, maar schitterde hoofdzakelijk als solist in de meer jazzgerichte passages.
Dat er muzikaal uit verschillende vaatjes getapt werd, was – gelet op de verschillende achtergronden van de muzikanten – niet meteen een verrassing. De manier waarop het gebeurde was echter zondermeer indrukwekkend. Braams muziek voor dit project had alles dat tussen het sérieux van de klassieke muziek en het speelse van een piepend badeendje ligt, zonder dat het geheel een rommeltje wordt. De muziek had humor, maar werd nooit lollig, klonk groovy zonder louter poppy te zijn en verraste en veranderde zonder gezocht complex aan te doen.
Tijdens het concert passeerden de geesten van James Brown, Henry Mancini, Thelonious Monk (als vanouds een constante in het pianospel van Braam zelf) en Erik Satie, zonder dat het geheel een eclectisch boeltje van flauwe afkooksels werd. Dissonante passages gingen over in funky grooves, vettige begrafenismuziek, cabaret en tango, waarbij alles met een groot respect voor de traditie gespeeld werd.
In het vrolijk heen en weer schommelen van de muziek, werden duidelijk hoge eisen gesteld aan de uitvoerders, vooral wat betreft engagement en samenspel. Wie hier wilde meedraaien, mocht geen reserves houden en kon maar beter exact weten hoe de arrangementen in elkaar zaten. Er werd immers niet op een risico meer of minder gekeken. Vooral 'A Sound With a View' was erg samenspelgevoelig met een afgemeten minimalistisch begin dat later eindigde in stomende jazz waarbij de verschillende instrumenten op elkaar inhaakten tegen een indrukwekkende rotvaart. Bovendien wist Braam de combinaties van de muzikanten ook compositorisch uit te buiten. De basgitaar van Pieter Douma en de cornet van Taylor Ho Bynum werden perfect geïntegreerd in het strijkkwartet en de combinatie van basgitaar en tuba klonk als een moddervette optelsom waarbij één plus één echt wel drie werd.
Als laatste stuk van de officiële set speelde het Hybrid 10tet 'Rich Rabbit Research', het stuk dat Braam voor De Singer in gedachten had. De ontsporende hoempa die uiteindelijk uitgaf op strak afgelijnde ritmes met het hele orkest op een lijn, haalde nog eens de flexibiliteit aan waarmee de groep en de muziek van Braam zich bewogen.
Meer nog dan met zijn andere ensembles vertoefde Braam met zijn Hybrid 10tet in een muzikaal niemandsland. Zijn stukken en de interpretaties van de bandleden horen nergens thuis, maar passen en passeren overal. Braam bekommert zich nog steeds niet om scholen, tradities of geplogenheden en komt zo in het vaarwater van groepen als de Flat Earth Society. Al lijkt hij op sommige momenten eerder te beginnen waar zijn Belgische collega's stoppen.
(Kwadratuur - Koen van Meel, 10 april 2011)
Muzikale tocht eindigt in bolero bij Jazzpower
Het idee van de Nijmeegse jazzpianist Michiel Braam was om voor tien podia een stuk te schrijven, en die muziek op elke plek met tien musici, het Hybrid 10tet, uit te voeren. Jazzpower, dat op maandagen in Café Wilhelmina programmeert, was gisteren als laatste aan de beurt. 'A sigh ends where axes power up the jazz' was de titel die Braam de compositie voor Eindhoven meegegeven had.
Of je het podium in de muziek kon herkennen, was de vraag. Maar eigenlijk was dat ook niet zo belangrijk. Het ensemble speelde met aanstekelijk plezier.
In het 10tet zette hij een strijkkwartet en een trio koperblazers tegenover elkaar alsof het spelers uit verschillende wijken waren – de straatschoffies en de rijkeluiskinderen. De blazers tetterden en schmierden dat het een lieve lust was. Ze trokken het initiatief naar zich toe, terwijl de strijkers beleefde akkoorden speelden, die soms geniepig vergleden. In alle eerdere stukken had Braam al laten horen hoe spitsvondig hij omging met deze bezetting, waar ook een bassist en een drummer deel van uitmaakten.
Dit afsluitende nummer begon met een idyllisch tingelend melodietje op de piano. Terwijl de andere musici invielen, lieten ze de samenhang opzettelijk uit hun handen glippen. Ritmisch kraakte de muziek in zijn voegen. Schurende, trillende samenklanken sloegen plotseling om in een heftig rockend ritme, ondersteund door Braams ratelende pianospel.
De strijkers begonnen aan langzaam omhoog glijdende akkoorden. Terwijl ze opklommen naar de stratosfeer, produceerde de tuba ploppende nootjes: een bolero die stil tussen de sterren schemerde. Hybrid 10tet on the move van Michiel Braam. Tien composities voor tien podia.
(Eindhovens Dagblad - René van Peer, 19 april 2011)
